FIlm

De wekelijkse filmtip van Lisa

THE DOG WHO WOULDN’T BE QUIET

Zaterdag
1 mei 2021

Talig krijgt men soms moeilijk vat op wat men ziet tijdens een film. Soms schuilt er een staaltje transcendentie in een film dat zich niet makkelijk laat beschrijven. 

THE DOG WHO WOULDN’T BE QUIET van ANA KATZ is er zo één.
Een lange vlecht van poëtische sequenties. Mooie achterliggende boodschappen die pas enkele uren of dagen na de film bovendrijven.

Wanneer de illustrator Sebastián, ook wel bekend als Sebas, van huis is, gaat bij zijn buren het gejank van zijn eenzame hond door merg en been. Na een ongemakkelijk gesprek belooft hij hen een oplossing te zoeken voor deze overlast. Woorden heeft Sebastián daar niet voor nodig, maar met een glas water, een onhandige omhelzing een zachte blik verontschuldigt hij zich voor de last die hij anderen brengt.

Sebastián vecht innerlijk tegen de tijdgeest waarin hij leeft. De innemende zwart-witte beelden brengen de vaste grenzen en scherpe contouren van levensgevallen in beeld. Tussen leed en vreugde, tussen rampen en geluk schijnt de afstand groot. Al wat Sebastián beleeft, heeft een graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, die de vreugde en het leed enkel hebben in een kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad is omringd met nadrukkelijke vormen tussen drama en licht absurdisme.

Sebastiáns rol wordt met een unieke tederheid geobserveerd. Sebas is luisteraar en toeschouwer van zijn eigen leven. Iets wat de film brandend actueel maakt. Allemaal hebben we deze tijd, de wereldwijde ramp van 2020, op een rare manier ervaren: dagen die verdwijnen als minuten, weken die aanvoelen als jaren. "The Dog Who Wouldn’t Be Quiet" is één van de eerste films sinds het begin van ‘it all’ die dit schreeuwende virus-effect weerspiegelt. Waar ons bevattingsvermogen ophoudt, brengen animatietekeningen de wereld van Sebastián in enkele pennenstreken voorbij de realiteit.
Deze film herinnert ons eraan dat we altijd minder nodig hebben dan we denken.

Sta mij toe een persoonlijk inzicht met jou te delen dat in eveneens tijdens de q&a in detail besproken wordt met de regisseur: De progonist Sebastián (vertolkt door de broer van de regisseur Ana Katz)  geeft zowel in het begin als op het einde volle aandacht aan zijn planten. In het begin snoeit hij een struik en op het einde geeft hij water aan de planten op het terras. Bij confrontaties neemt hij steeds weinig woorden in de mond, maar hij biedt zijn medemensen steeds een glas water aan. Om even te ‘herbronnen’. Een reflex die mij persoonlijk niet eigen is, maar die wel tederheid uitstraalt. Vervolgens raakt het voorzien van water en het onderhouden van de tuin een treffende beeldspraak die aansluit bij één van mijn favoriete eindregels uit de wereldliteratuur namelijk de eindscène van Candide van Voltaire.
'Dat is allemaal mooi gezegd, maar nu moeten we onze eigen tuin bewerken.’